Nederlandse Spoorwegen


Achtergrond

In 1917 werd de belangengemeenschap der Nederlandsche Spoorwegen opgericht. In deze belangengemeenschap werkten de Maatschappij tot Exploitatie van de Staatsspoorwegen (SS) en de Hollandsche Spoorweg Maatschappij (HSM) samen.

In 1921 verdwenen deze namen uit het straatbeeld, hoewel beide maatschappijen nog tot 1937 zouden blijven bestaan.

Eerder bestonden er nog drie andere maatschappijen. De Nederlandsche Rhijnspoorweg Maatschappij werd in 1845 opgericht om de lijn Amsterdam – Utrecht – Arnhem – (Emmerich) te exploiteren, deze spoorlijn die aanvankelijk op breedspoor lag, werd in 1855 omgespoord tot normaalspoor. De NRS werd op 15 oktober 1890 opgeheven, waarbij het spoornet geheel werd overgedragen aan de Staatsspoorwegen, en het materieel gelijk werd verdeeld onder de SS en HSM.

Dan bestond er ook nog de Nederlandsche Centraal Spoorwegmaatschappij, in 1860 opgericht om de spoorlijn Utrecht – Zwolle te exploiteren. De NCS exploiteerde daarnaast ook nog enkele lokaalspoorwegen, zoals de Bilt – Zeist, Nijkerk – Rhenen en Den Dolder – Baarn. Deze maatschappij werd in 1884 overgenomen door de NCS, en met de opheffing van deze maatschappij overgenomen door de Staatsspoorwegen. In die constructie bleef de NCS bestaan tot 1919, toen de SS de NCS volledig inlijfde. Op papier werd de maatschappij echter tot 1934 bestaan.

Tenslotte was er ook nog de Noord Brabants Duitse Spoorweg Maatschappij (NBDS), deze maatschappij exploiteerde de lijn tussen Boxtel en Wesel (Duitsland), later het Duits lijntje genoemd. Deze maatschappij was altijd een armlastige maatschappij die haar locomotieven veiligstelde voor schuldeisers door ze bij een andere maatschap onder te brengen. Desondanks was de NBDS de eerste maatschappij in Nederland met een 2’C locomotief, de 30-35, oftewel Blauwe Brabander. In 1919 werd de NBDS door de SS overgenomen, en in 1925 werd het bedrijf geliquideerd.


Materieelpark

De NS heeft een zeer gevarieerd materieelpark gehad, in het stoomtijdperk was het materieel olijfgroen geschilderd, later de Elektrische locomotieven en getrokken rijtuigen Turkoois en enkele jaren daar weer na Pruissisch Blauw. De diesellocomotieven werden eerst lichtblauw, maar later bruin. De Elektrische treinstellen werden groen en de dieseltreinstellen waren eerst blauw, en later rood.

Bij de verschillende maatschappijen die vooraf gingen aan de NS waren er verschillende kleuren in omloop. Deze zijn beschreven in de TWEU kleurkaarten, die onder de kop archief te vinden zijn.


De projecten

Wij bouwen verschillende NS-treinen uit het heden en verleden. Wij werken voornamelijk in het (verre) verleden, maar soms wordt er ook een uitstapje naar het heden ondernomen.

Veel van onze historische NS projecten kunnen worden gebruikt op de twee gratis MSTS routes die in het verleden van Nederland spelen, te weten Marnetime door Swier Garst en Rotterdam 1938 die te vinden is op Treinpunt.


Screenshots


Nieuws

[MSTS Materieel] Re: NS plan E door Supercitroen 29 maart 2014, 14:48:51
[MSTS Materieel] NS mat '24 door Supercitroen 04 november 2013, 22:14:24
[Museummaterieel] Re: Koninklijke Trein 1903 door rjz222 30 september 2013, 20:18:26
[Museummaterieel] Re: Houten rijtuigen door rjz222 28 augustus 2013, 14:56:47

Bronnen

Dilz, F. (sd). NS Materieelboek 1924. Opgehaald van Photobucket.com: http://s52.photobucket.com/user/emmer_van_floortje/library/NS%20materieelboek%201924

Nederlandsche Spoorwegen. (sd). Archieftekeningen. Het Utrechts Archief .

NMLD. (sd). Opgehaald van Nederlandse Museummaterieel Database: http://nmld.nl

Statius Muller, R., Veenendaal, A., & Waldorp, H. (2005). De Nederlandse stoomlocomotieven. Alkmaar: De Alk.

Steinkamp, B. (2005). De Erfenis, de Nederlandse houten rijtuigen. 's Hertogenbosch: Uquilair.

van Wijck - Jurriaanse, N. J. (1982). Van Stoom tot Stroom. Alkmaar: De Alk.